Op de Fontys Hogeschool voor Journalistiek (FHJ) is het de bedoeling dat je op een gegeven moment een mediumkeuze maakt. Dan kun je je als student daar in gaan specialiseren. Je krijgt in het derde jaar dan les in dat specifieke medium en je doet ervaring op door daadwerkelijk producties te maken. Tot voor kort kon je kiezen uit radio (mijn keuze), tijdschrift, televisie en internet…en krant. Maar via via begreep ik dat het dit jaar voor tweedejaars studenten niet meer mogelijk om het medium internet als specialisatie te kiezen. Raar en onbegrijpelijk, aangezien internet bij uitstek het medium van de toekomst is. Sterker: geen enkel oud medium kan tegenwoordig nog zonder internet.
Al weten de oud-medialen nog niet altijd precies hoe internet het beste toe te passen valt. Zo was ik afgelopen woensdag (30 juni) een dag op de redactie van de Gelderlander in Arnhem. Daar waren ze het er over eens dat internet zeker omarmd moet worden, maar ze wisten niet precies hoe. Volgens een redacteur “valt er nog geen droog brood te verdienen” met hoe de kranten het internet nu gebruiken. Eén op één alle artikelen op de website knallen heeft geen zin, want dan koopt niemand de papieren krant meer en alles wordt klakkeloos overgenomen door sites als Regionieuws.nl. En bezoekers laten betalen voor alle content werkt ook niet, want dan komt er geen hond meer naar die site.
Enfin terug naar waar deze post over gaat: de rectificatie. Ik begon op twitter mijn onbegrip alweer te spuien over het schrappen van het medium internet door de FHJ. Onder andere in deze tweet aan Bert Brussen.
Daarop kreeg ik een mail van docent aan de FHJ, Theo Dersjant, dat ik er naast zat. Dus meneer Dersjant legde even uit hoe het dan wel zit.
[...] de FHJ stelt zich op het standpunt dat in deze tijd IEDERE student internetvaardigheden moet hebben. En dus valt er niets meer te kiezen, maar moet iedere student onontkoombaar door een internetroute. Die onder andere via NeRo loopt, een op de praktijk en innovatie gericht project in samenwerking met twee regionale media. (studenten worden drie maanden op de redactie van Brabants Dagblad of Eindhovens Dagblad gezet om daar samen met de redactieleden aan crossmediale producties te gaan werken, dat is in het kort het idee).
Kortom: de FHJ vindt internetjournalistiek – in tegenstelling tot wat je suggereert – essentieel voor een nieuwe generatie journalisten. Dat weten inmiddels heel veel studenten (dat internetjournalistiek op de FHJ niet wordt afgeschaft, maar juist geïntensiveerd). [...]
En toch vind ik het raar dat de je internet als specialisatie, als medium apart, niet meer kan kiezen op de FHJ. Wat nou als je helemaal niets ziet in een medium als krant, radio, tijdschrift of televisie ziet? Dan moet je verplicht één van die media kiezen om toch je internetlessen en vaardigheden te krijgen. Of zie ik dit verkeerd? Reacties en discussie meer dan welkom.





De afstuderrichting is volgens mij al twee jaar geleden afgeschaft. Cohort 2006 is de laatste met die optie. Ik vind het jammer, maar kan het van de andere kant ook wel begrijpen. Aan de ene kant was er heel weinig belangstelling voor de afstudeerrichting (volgens mij is Sanne Brand de enige, of in ieder geval één van de enigen, uit cohort 2006). En aan de andere kant gebruik je op internet vooral kennis uit de andere mediarichtingen (en combineer je die), dus de vraag is wat je dan moet leren in die afstudeerrichting. Zeker ook omdat de wijze oude mannen nogal van mening verschillen over welke kant nieuws op internet op moet.
Ik zie zelf meer heil in een mogelijkheid tot cross/multimediaal afstuderen. Dus een afstudeerrichting waarin alle media behandeld worden. Toepassing daarvan zal dan al snel webgericht worden.
Een rectificatie, Mark? Dat klinkt bijna alsof je ook echt je excuses wilt maken. En dat terwijl je gewoon gelijk hebt. Dan kan dhr. Dersjant nog honderd boze mailtjes sturen (doet hij overigens graag), het verandert nog niets aan de situatie. Het medium Internet wordt als apart vak afgeschaft. Dat is een feit. Het gaat echter wel terugkomen in NeRo, het project dat je al noemde en waarop ook al de nodige kritiek is geleverd door FHJ-studenten, past and present.
Maar als je dan kijkt naar wat dhr. Dersjant in bovenstaande mail eigenlijk zegt, moet je concluderen dat Internet helemaal niet serieus wordt genomen.
‘Iedere student moet internetvaardigheden hebben’, wat het precies betekent, weet niemand. Schrijven in chunks? Het opmaken van een website? Leren hoe je een link aan een woordje plakt? Ik bedoel: wat betekent het nou concreet? In NeRo moeten studenten crossmediaal leren werken door op een krantenwebsite video’s en audioclipjes te plaatsen. En daar worden dan -internetwise- ook conclusies uit getrokken. Terwijl we allemaal weten dat juist krantenredacties, en dus ook de betreffende websites, enorm falen op het gebied van efficiënt internetgebruik. Om dan te zeggen dat studenten verplicht door een internetroute moeten door NeRo is eerder een tekortkoming dan een aanwinst. Zeker als de know-how van Internet eerst nog aan de redacties van ED en BD moet worden uitgelegd door FHJ-docenten. Een soort reallife praktijkplek dus waar je praktijkbegeleider van jou hoort hoe je moet webschrijven. Nee, dat is geen goede Internetles.
Kortom, haal die rectificatie maar weer weg, Mark. Je had het mijns inziens bij het juiste eind.
Dan is er in die twee jaar alsnog vrij weinig gedaan aan internet op de FHJ. We moesten wel internetberichtjes schrijven op het nieuwsbedrijf, maar that’s it. Als je doel echt is om de internetjournalistiek in te gaan, geen andere richting, moet je dan nog wel journalistiek gaan studeren als de opleidingen weinig bieden?
@Remy
Ik laat hem wel staan, maar dhr. Dersjant schreef ook dat ik me voortaan beter moet informeren (mag ik m’n mening dan maar niet meer spuien?). Dus misschien had ik het feitelijk niet bij het rechte eind, daar had dhr. Dersjant gelijk in. Maar met het feit dat je op de FHJ niet kan kiezen uit de specialisatie internet vind ik nog steeds volstrekt belachelijk. Mensen die per se internetjournalistiek willen studeren kunnen dus niet terecht op de FHJ, want je MOET wel kiezen uit radio, televisie, tijdschrift of krant om ook internetlesjes te krijgen. En dat is belachelijk. Daar leg ik me dan ook niet bij neer.
En zal ik dat rectificatie dan maar even tussen aanhalingstekens zetten?
Want echt een rectificatie is het natuurlijk niet. Ik wil wel graag de discussie aanwakkeren, want om nou te zeggen dat de FHJ het gebruik van internet aanspoort: neuh.. Althans niet in ons cohort (2007).
En ik zou inderdaad van dhr. Dersjant graag ook horen wat die “internetroute” dan precies inhoudt.
Terechte nuancering en heldere opvatting heb je. Ik zie het zelf van dichtbij op de hogeschool in Ede waar ik werk en herken veel van wat hierboven in de reacties wordt gezegd. Bij ons gaat het precies zo, de probeersels, het proberen en soms falen. Jammer, maar dat hoort bij een ontwikkeling die trouwens de rest van de journalistiek ook nog doormaakt. ‘We’ zijn er namelijk nog lang niet als het gaat om crossmediaal denken en werken.
Net als in het journalistieke werkveld zie je namelijk ook bij de opleidingen journalistiek een worsteling hoe om te gaan met de nieuwe rol van de journalistiek door de ontwikkelingen op internet. Voor hogescholen komt daar nog bij dat je studenten opleidt voor over een jaar of 4, dus je moet ook al vooruit kijken, maar niet te ver vooruitlopen (‘wet van de remmende voorsprong’). Het is dus balanceren en kiezen en zorgen dat studenten een basis meekrijgen waarmee ze deel kunnen worden van het werkveld en ook het werkveld weer verder kunnen helpen.
Maar ik kan er wel inkomen wat dhr. Dersjant zegt: ‘er is niets meer te kiezen’. Internet is in veel gevallen (zeker op de journalistieke werkplekken waar 9 van de 10 studenten terechtkomt) geen losstaand medium, maar onderdeel van een multimediale / crossmediale uiting.
Het is een feit dat bij alle opleidingen journalistiek het crossmediale werken nog niet (helemaal) is ontwikkeld. Er wordt wel wat geprobeerd, de ene keer met beter resultaat dan de andere keer. Maar crossmedia gaat nog weer een stuk verder dan multimedia. Dan is tekstjes maken voor internet, of je items op een site zetten, daar ben ik het absoluut mee eens. Ook daarin is de hele journalistiek nog zoekende en de opleidingen zoeken daarin mee.
Ook in Ede worstelen we gedreven en actief door! Ook wij hebben de specialisatie internet achter ons gelaten (door gebrek aan belangstelling; de meeste studenten willen liever of goed leren schrijven of goed leren radio- en televisiemaken) maar zijn bezig om crossmedia als basis onder de specialisaties te leggen. Crossmediaal denken en werken als de normaalste zaak van een professionele journalist met daarbovenop een gerichte specialisatie op schrijven of verslaggeven voor RTV.
Volgens mij was het zo dat Sanne Brand wilde afstuderen maar er niemand was die haar kon begeleiden (want internet) en dat er zich vervolgens iemand melde die twee weken later toch maar niet meer wilde. Correct me if I am wrong.
Dat de crossmedialiteit nu wordt aangeleerd door NeRo is natuurlijk een Fontys-propagandaverhaaltje. Dankzij NeRo beschikken zieltogende regionale blaadjes nu over spotgoedkope arbeidskrachten die fijn de gaten mogen opvullen die deze regionale blaadjes al jaren geleden zelf hadden moeten vullen. Normaal noem je dit slavenarbeid maar met retorische trucs als “eindelijk een plek waar je je op alle gebiden kunt ontplooien” of “een op de praktijk en innovatie (?) gericht project” is elke student wel tevreden te houden.
Te vrezen valt dan ook aan een overdaad aan leuk bedoelde online filmpjes (met uiteraard veel nadruk op de multiculturele samenleving) iets met chatten, iets met twitter, iets met Facebook en een “zo gaat het er aan toe op de redactie” webcam. Maar hee, wees blij: je had ook in een door Mira-media bedacht project in samenwerking met Vogelaarwijken om de multiculturele samenleving in kaart te brengen terecht kunnen komen.
U kunt dit een karikatuur noemen, het ontloopt de dagelijkse praktijk nauwelijks.
Het is en blijft droevig dat een hogeschool haar scholieren geen volledige opleiding kan aanbieden puur omdat ze zelf de stof niet snappen maar je zou ook kunnen zeggen dat er nou eenmaal weinig valt af te studeren in de categorie “internet”. Het kan wel, de master op de universiteit kan het ook, maar er is gewoon te weinig vaardigheid en vooral verbintenis met de praktijk. Zolang docenten zelf hun poep op Hyves gaan publiceren om wat studenten af te zeiken en mensen als Theo Dersjant hun twitter vooral gebruiken om hun verongelijkte propaganda door strotten te duwen of leerlingen te intimideren en de opleiding zelf nog geeneens is voorzien van bijvoorbeeld Macs (hadden ze op de FHJ niet een geniaal werkend intranetsysteem enzo?), hoef je ook niet te verwachten dat er veel goeds voortkomt waa rhet crossmediaal denken betreft.
Maar troost je, op de meeste journalistiekopleidingen is dit een probleem. Het verschil in inzicht wisselt, in het christelijke Zwolle is internet de satan terwijl men in het welhaast reformatorische Ede het internet al jaren geleden begreep, maar het blijft huilen met de pet op.
En zoals Douwe Schaaf hierboven ook al zegt: er is toch haast geen belangstelling voor. Dat dit komt doordat de docenten het internet nog steeds niet als vruchtbaar medium zien, een medium waar in de toekomst de meerderheid van de afgestudeerden zal moeten werken, en daarom nul komma nul enthousiasme voor internet overbrengen aan de studenten is wat anders.
Het echte punt is natuurlijk dat er anno 2010 nog steeds hbo-scholieren bestaan die “later bij een krant willen werken”. Later is er helemaal geen krant meer. Dat nou juist dát ze niet wordt verteld op de opleiding zegt veel zo niet alles over het werkelijke probleem van de journalistiekopleidingen.
Even voor de mensen die niet precies weten wat dat NeRo dan precies inhoudt. Persbericht:
Journalistenopleiding trekt in bij regionale dagbladen
Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg trekt na de zomervakantie – voor een deel – in bij het Brabants Dagblad en het Eindhovens Dagblad. Beide redacties maken met deze bijzondere samenwerking permanent ruimte om per krantentitel twintig studenten te laten experimenteren en innoveren. Ze gaat stoeien met manieren om het nieuws van nu, straks en gisteren naar hun lezers te brengen.
Met het project NeRo, de naam is afgeleid van Nieuwe Romeinen, wisselen studenten hun frisse blik uit met de journalistieke ervaring van redacteuren. Beide redacties ontvangen iedere drie maanden twintig studenten die daar ter plekke aan de slag gaan met praktijkopdrachten en theorie. Insteek? Crossmediaal werken, waarbij de journalistieke inhoud leidend is en de vorm waarin die wordt gepresenteerd zo breed is als maar voor te stellen is.
Het NeRo-project wordt gecompleteerd door samenwerking met studenten van IMD (ICT & Media Design), een multimediale opleidingsvariant van Fontys Hogeschool ICT in Eindhoven. Studenten van die multimediale opleiding sluiten steeds voor een half studiejaar aan om alles wat de kranten en de journalistiekstudenten bedenken om te zetten in technische daden en hierbij nadrukkelijk ook hun eigen inbreng toe te voegen.
Fontys verzorgt het onderwijs ter plekke op de redactie, waarbij de journalisten van de kranten, maar ook lezers, bij de hoorcolleges mogen aanschuiven. Bij beide krantentitels neemt een journalistiek projectleider de studenten mee op het grootste experiment van hun studie: hoe maak je nieuws dat er voor de lezers van de krant echt toe doet en hoe presenteer je dat zo optimaal mogelijk? De journalistieke ethiek wordt daarbij nadrukkelijk bewaakt.
ED en Brabants Dagblad geloven in journalistiek waarbij de lezer wordt betrokken bij het nieuws. Waarbij burgers niet alleen ’s ochtends de keuzes van de redactie lezen, maar continu invloed kunnen hebben op het nieuws en de totstandkoming daarvan. Beide titels hebben daarom drie jonge verslaggevers aangesteld als social media-redacteuren, die samen met een ervaren multimediaredacteur de krant verder op de digitale kaart moeten zetten.
De twee Fontys-opleidingen en het ED en Brabants Dagblad tekenen voor tenminste drie jaar een intensieve, praktijkgerichte, innovatieve samenwerking.
• Alle derdejaars studenten komen drie maanden op een van de kranten te werken
• De kranten gaan met 20 studenten per keer innovatieve journalistieke projecten opzetten
• Kranten en studenten schuwen daarbij geen enkel middel en geen enkele verspreidingsvorm: papieren krant, internetsite, social media, filmpjes, radio, foto’s, op locatie, vanuit een mobiele redactie
• Het streven is erop gericht dat ook drie IMD-studenten per titel steeds een half studiejaar aansluiten bij het NeRo-project. Zij bieden de onontbeerlijke technische ondersteuning, ideeën en inzichten.
maar is internetjournalistiek dan iemand horen zeggen ‘ ja ik heb een vaag gevoel maar pin me er niet op vast,?’ en daar een rel van maken? In plaats van denken: goh misschien is dit nou een typisch geval van wat ze ook wel in de wandelgangen een ‘roddel’ noemen laat ik het eens rechtzetten?
Misschien moet ik me er niet mee bemoeien ik zit niet op jullie school maar als dit de internetjournalistiek is die straks de alreeds bestaande en werkend bewezen journalistiek moet gaan vervangen dan houd ik mijn hart vast.
Excusez les mots en met alle respect.
Je hoeft je niet te verontschuldigen voor je mening, hoor Djoeke. Alleen ik weet zeker dat het medium internet niet te kiezen is op de FHJ. Dat is geen roddel en die tweet heeft ook weinig met internetjournalistiek an sich te maken. En is dit een rel? Zo zie ik het niet.
En dat de internetjournalistiek misschien nog niet volwassen is, kan ik je gelijk in geven. Dat ik nou mijn hart vasthoudt? Neen. En van vervangen zal geen sprake zijn, slechts van aanvulling. Denk ik.
Kijk, wat het is: voor uitgevers van wat voor krant of blad dan ook is het nog steeds moeilijk om echt groot geld te verdienen met internet, vergelijkbaar met inkomsten uit verkoop blad en advertenties daarin. Dat hoor ik hier namelijk ook regelmatig over de werkvloer vliegen. Neemt niet weg dat ze het inmiddels wel allemaal bekijken en onderzoeken wat er mogelijk is, en hoe er toch geld mee verdiend kan worden. Mensen betalen namelijk geen of minder geld voor online dingen, omdat het elders ook gratis is te vinden. Dus je moet een verdomd goed businessmodel hebben wil je klinkende munt uit internet slaan. Advertenties alleen doen de truc niet en betaalmodellen voor unieke content zijn her en der in de wereld ook al uitgelopen op een flop. Dus wat moet je dan?
Dus, ik kan me voorstellen dat je als hogeschool dan ook denkt: als uitgevers het niet weten, hoe moeten wij dan les geven en zorgen dat we studenten leveren die weten hoe zij via internet content moeten aanbieden wat geld oplevert? Dan wordt je docent en als student pionier op dat vlak, en das hip en leuk, maar het draait niet alleen om leuke stukjes tekst schrijven, het draait helaas ook echt om geld verdienen daarmee. Bert Brussen weet dat als geen ander mag ik toch zo concluderen denk ik. Dus voor die scholen levert het meer op om vooralsnog te focussen op andere media.
Desondanks ben ik wel van mening dat docenten het medium internet grondig zouden moeten onderzoeken en zelf moeten bekijken wat ermee mogelijk is, zodat ze misschien tot nieuwe inzichten komen die wel helpen bij het tot geld maken van stukken content. Internet biedt wel veel mogelijkheden om wat centjes bij elkaar te rapen, maar je moet ze weten te vinden en niet iedereen, ook studenten niet, is zo internetsavvy dat ze meteen weten waar het geld zit. Misschien is dat iets voor een minor van een half jaar, waarin je als student gewoon iets gaat onderzoeken. Heb je toch iets met internet gedaan en het legt misschien de basis voor een volledige afstudeerrichting in de toekomst.
Crossmediaal is helemaal gaaf en moet ook zeker gestimuleerd worden, maar businesswise is internet gewoon geen groot aandeel voor uitgevers, uitzonderingen daargelaten, dus een hele afstudeerrichting…daar is de tijd wellicht echt niet rijp voor. Dat wordt het wel, binnen een jaar of 3, als er inderdaad bijna geen kranten meer bestaan. Dus op zich zouden die hogescholen NU moeten beginnen met afstudeerrichtingen maken. Maar dat zei ik net al, onderzoeken en onderwijs maken dus.
Neemt niet weg dat iedereen gewoon meer van internet moet weten, niet alleen journalistiekstudenten, die trouwens van alle opleidingen wel het meest last hebben van de allure van papier. Bommetje gooit: maar dan ga je toch lekker communicatie studeren? Leer je ook wat journalistiek en je kunt wel dingen met internet gaan doen. Als je goed kunt schrijven kom je vanzelf op de goede plek. Woppa.
Ja dat heb ik door, dat kranten, tijdschriften en andere ‘oude’ media nu niet goed weten wat ze aanmoeten met het internet. Ik noem het hierboven ook: “er is geen droog brood te verdienen met het internet.” Dat kwam dan uit de mond van een redacteur van De Gelderlander.
En dat de tijd nu misschien nog niet rijp is voor een afstudeerrichting, kan ik ook wel met je eens zijn. Maar het probleem met FHJ (en met meer hogescholene) is dat er een beetje paniekvoetbal gespeeld wordt. De afstudeerrichting was er, is weer afgeschaft. Er was een tijdje niks en nu worden studenten dus, in het kader van crossmediaal werken, op een krantenredactie gezet om samen met hen wat filmpjes en audirepo’s te maken voor op internet.
Allemaal leuk, en natuurlijk is dat niet letterlijk wat er gaat gebeuren (ze krijgen ook college’s op de redactievloer en er is plaats voor discussie en inbreng van de student), maar toch heb ik het idee dat ze het ‘probleem’ een beetje doorschuiven. Naar de krant in dit geval.
En ja, dat er eens iemand een goed businessmodel moet uitvinden en dat een hogeschool daar best het voortouw in mag nemen, ben ik met je eens.